Angst voor de CTG

 

Halverwege mijn nachtelijke rit naar Den Haag gaat de telefoon. Ik heb voor de zekerheid mijn oortjes ingeplugd en om mijn nek gehangen, zodat ik snel kan opnemen als het nodig is. En dat blijkt nu het geval. Ik zet Mumford and Sons uit en doe mijn oortje in. Het is Katalin, vanuit het ziekenhuis. ‘Wil je even met me meekijken? Ik ben nu in het ziekenhuis en ik moet aan de CTG zodat de artsen de hartslag van de baby kunnen meten. Maar dat wil ik niet. Ik zit in angst. Misschien kunnen we het omkeren*.’ Natuurlijk! Ik rijd op een rustige snelweg, dat blijft nog wel een tijdje zo, dus het lijkt me geen probleem.

Anders dan gepland

Het verbaast me niet dat Katalin angstig is geworden, we hebben tijdens haar zwangerschap vaak gekeken naar haar angst voor medische ingrepen. Ze wilde het liefste thuis bevallen maar was zich er ook van bewust dat het zomaar anders zou kunnen lopen dan gepland. Daarom hebben we samen van tevoren samen onderzocht waar haar angst eigenlijk over gaat**. Nu het inderdaad aankomt op een ziekenhuisbevalling blijkt dat niet voor niks te zijn geweest.

Oud verdriet

Ook nu zetten we samen de stappen van de angstomkering. We beginnen bij het echt herkennen van de angst als afweer; dat betekent dat Katalin de angst voelt, zodat ze haar eigen, oude pijn niet voelt. Dat is de enige functie van de angst. Als ze dat echt beseft gaan we door. ‘Wat is het ergste wat er kan gebeuren?’ vraag ik Katalin. ‘Dat ik vastzit aan die draden, dat ik dan vastzit in een nare situatie waarin ik pijn heb, en niet weg kan. En waarin niemand aandacht heeft voor mijn behoeftes.’ Direct als ze het uitspreekt voelt ze verdriet, en beseft ze dat dit weer dat gevoel is uit haar kindertijd.

Wat is waar?

Ze klinkt ineens weer helder. ‘Oké, dat is natuurlijk oud.’ – ‘Ja, heel goed Katalin!’ Dan is het even stil. ‘Ja maar dan denk ik wel, ik voel direct de angst weer terugkomen.’ – ‘Oké, maar maak nog even goed contact met wat er feitelijk waar is in het nu dan,’ zeg ik. ‘Is het waar dat er niemand aandacht heeft voor wat jij nodig hebt? Kijk eens om je heen. Wie zijn daar?’ Ik hoor dat Katalin de tijd neemt om even te kijken.

Niets aan de hand

‘Martha is er, en David natuurlijk, de gynaecoloog en de verpleegkundige ook. Oh ja, die zijn er natuurlijk juist voor mij en voor de baby.’ Ze gniffelt. Ik ook. ‘Ja inderdaad! En is het waar dat jij niet weg kan als je even naar de wc zou moeten?’ – ‘Nee, dat kan natuurlijk gewoon. Er is niets aan de hand.’ – ‘Nee, er is niets aan de hand.’ Ik wil haar nog vragen hoe dat dan voelt, maar de gynaecoloog komt blijkbaar binnen. Er moet nu gehandeld worden voor de CTG. We hangen op en ik vervolg mijn reis. Ik houd mijn oordopjes maar gewoon in voor de zekerheid.

* Het omkeren van de afweer is een PRI-instrument waarmee je je kunt bevrijden uit een emotie waar je last van hebt, in dit geval de angst. Je zet hele specifieke stappen die je helpen om toegang te krijgen tot diepere, onverwerkte gevoelens, waardoor de oorspronkelijke emotie (hier dus angst) zijn functie verliest. Met als doel om op die manier weer in contact te komen met wat er werkelijk is, en daar naar te kunnen handelen.

** PRI gaat er vanuit dat angst een afweermechanisme is dat pijnlijke, onverwerkte gevoelens uit onze vroegste kinderjaren afdekt (tenzij er natuurlijk direct fysiek gevaar is). We zijn in wezen bang voor wat al gebeurd is, maar ons hoofd laat ons geloven dat het gaat over gevaar in het hier en nu.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.