Bestemming bereikt!

Nog steeds ben ik midden in de nacht onderweg naar Den Haag. Een paar minuten nadat we hebben opgehangen, gaat opnieuw de telefoon. Nu blijkt Martha, de verloskundige die Katalin al weken begeleidt, symbolisch*. Katalin klinkt een beetje paniekerig terwijl er om haar hen het een en ander gebeurt. ‘Lieverd, blijf even goed ademen. En blijf maar gewoon contact maken met de feiten, met wat er waar is in het hier en nu. Ik ben bij je, David is bij je, kijk eens goed naar Martha.’ Gelukkig kan Katalin aannemen wat ik zeg, en komt ze weer wat tot zichzelf. Er komen ook weeën tussendoor. Ik sta op de speaker en ik blijf aan de lijn. Ik voel me alert, helder en betrokken.

Chaos

‘Martha, ben je daar?’ Vraag ik, nu ik in de buurt van Den Haag begin te komen. ‘Ja, ik hoor je’ zegt ze. Ik vraag haar waar ik het ziekenhuis binnen kan (het is tenslotte twee uur in de nacht als ik daar aankom) en waar ik vervolgens naartoe moet. David had me al uitgelegd waar de verloskamers waren maar voor de zekerheid hoor ik het graag nog eens. Het is een regenachtige nacht en eenmaal in Den Haag moet ik me goed concentreren op de weg, de witte strepen en pijlen op het asfalt zijn moeilijk te zien. Ondertussen hoor ik van alles gebeuren aan de andere kant van de lijn, en de stem van Google Maps komt er ook steeds tussendoor. Het is een beetje een chaos, maar ik blijf rustig ademen. En uiteindelijk ben ik er: op de grotendeels verlaten parkeerplaats voor het Westeinde.

Komt u binnen!

Terwijl ik nog steeds aan de lijn hang met de verloskamer pak ik mijn tas en loop ik tussen de regendruppels door naar de hoofdingang, die natuurlijk gesloten is. Ik bel aan. ‘Goedenavond, wat kan ik voor u doen?’ Zegt een vriendelijke mannenstem. ‘Goedenavond, ik ben Imke Vos, en ik wil graag naar de verloskamers.’ – ‘Komt u binnen mevrouw Vos!’ En hup, de deur gaat voor me open. Ik kan naar binnen! Door de verlaten hal loop ik naar de liften met de rode deuren zoals me is verteld, nog steeds met mijn oortjes in en de telefoon in mijn hand. Ik toets de twaalfde etage in. Daar tref ik op een stille, donkere gang de verpleegkundigen achter een balie. ‘Hallo, jij komt voor Katalin en David hè? Kom maar mee!’

In de verloskamer

Eén van de dames loopt met me mee naar de verloskamers. Twee schuifdeuren door en plots sta ik in de verloskamer, waar Martha op een stoel zit en Katalin op handen en knieën op een yogamatje naast een ziekenhuisbed zit, aangesloten op de CTG via banden om haar buik. David zit te stralen aan haar zij. Ik hang op en doe mijn oortjes uit. ‘Hallo…’ zeg ik zachtjes. ‘Hee Imke’, zegt Katalin. ‘Wat fijn dat je er bent.’

* Een symbool is een situatie of een persoon (het kan van alles zijn) die je onbewust herinnert aan een pijnlijke, verdrongen gebeurtenis uit je eerste levensjaren. Op het moment dat je wordt geconfronteerd met zo’n symbool, komt automatisch je overlevingsmechanisme in actie. Er wordt een afweer actief, zodat je die oude pijn niet hoeft te voelen. Van daaruit reageer je op de situatie: je aandacht wordt dus effectief afgeleid van de pijn die eigenlijk wordt geraakt in jou. In dit geval is Martha symbolisch voor Katalin, waardoor Katalin in de afweer angst schiet. Er is geen levensgevaar, dus de angst is niet reëel. Die paniek zegt dus niets over Martha, maar over wat er bij Katalin zelf gebeurt. Gelukkig weet Katalin dat dankzij PRI, ondanks opkomende paniek, en kan ze even uitreiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.