Het is zover!

Het is inmiddels negen uur in de avond en Jeroen en ik gaan naar huis, nog even bijkomen op de bank. Dat is er de laatste week nog nauwelijks van gekomen. Tegen tien uur appen Katalin en ik nog even.

Geen geheim

Katalin heeft geen geheim gemaakt van de naam van haar zoontje. Dat is in Hongarije, haar geboorteland, geen gewoonte. Ik vind het eigenlijk ook wel mooi. Het bevestigt dat hij er al is, al is hij nog in de buik. Ik vind het ook prachtig dat hij in een droom aan Katalin zelf heeft doorgegeven wat zijn naam is: Bálint. Maar dat is weer een ander verhaal ;-).

Vreugdevolle spanning

Ze appt me terug dat Bálint actief is in haar buik, dat is hij al een tijdje elke avond tussen negen en elf.  Het helpt Katalin om contact met hem te maken. ‘Nodig hem maar uit’, herinner ik haar. ‘Laat hem maar het plaatje zien van hoe het zal zijn, hij in jullie armen.’ ‘Goed idee, dat ga ik doen’, antwoordt ze. ‘Ik verwacht als hij komt, dat het na drie uur vannacht zal zijn.’ ‘Ja denk je?’ vraag ik. ‘Ja, dat was met de miskramen ook zo. En gisteren werd ik om half vier wakker. Niet dat dat per se iets betekent, maar toch…’ We voelen allebei een vreugdevolle spanning. Een beetje alsof Sinterklaas langs gaat komen.

Laatste nachtje met zijn tweeën?

We overleggen nog even of we morgenochtend om kwart over vijf ons dagelijkse meditatiemoment doorzetten en besluiten om daar maar vanaf te zien. Ik vraag haar nieuwe adres nog even voor de zekerheid. Katalin heeft toch ook wel het gevoel dat Bálint snel gaat komen. Misschien wel de laatste nacht met zijn tweetjes voor haar en David… onvoorstelbaar eigenlijk! ‘Oké, nou wie weet… Ik wens jullie een paar fijne nachtrust uren toe.’

Niet meer slapen

Tegen half één hoor ik de voordeur. Lize en Joep, die bij ons logeren, komen terug van het borrelen in de stad. Ze zijn nét binnen als de vaste telefoon, die al een dikke week op mijn nachtkastje ligt, rinkelt. Dat kan maar één ding betekenen… Nu klaarwakker neem ik op. ‘Met Katalin. Mijn vliezen zijn gebroken!’ ‘Jee!!! Gefeliciteerd!!’ Roep ik uit. We lachen allebei. We hadden het dus goed aangevoeld. ‘En nu? Wil je dat ik in de auto stap?’ – ‘Ik weet het niet, wat zullen we doen?’ zegt ze. ‘Het kan nog best een tijdje duren voordat – oh, daar komt een wee.’ Het klinkt al behoorlijk serieus. Ik weet ineens: ik ga niet meer slapen. ‘Oké, dan stap ik nú in de auto!’ zeg ik. ‘Ja, dat is fijn. Oké. Dan zie ik je straks.’ Giechelend hangen we op. Ik zwaai mijn benen over de rand van het bed: het is zover!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.