Moeizame fase

David heeft de buik van Katalin zachtjes ingemasseerd met een natuurlijk, wee opwekkende olie. We hopen dat de weeën daarmee weer op gang gaan komen zodat er geen synthetische oxytocine nodig zal zijn. Helaas verandert er in het eerstvolgende halfuur niet zoveel. De weeën blijven wel komen, maar worden niet frequenter of krachtiger. Als de gynaecologe zicht weer meldt, stelt ze voor om toch oxytocine te gaan toedienen. Katalin stemt ermee in, als de dosering maar zo laag mogelijk wordt gehouden. ‘We beginnen gewoon heel rustig aan’, zegt ze op geruststellende toon.

Het beste voor Bálint

De gynaecologe klinkt zeker van haar zaak en de geruststellende toon geeft mij in elk geval het gevoel dat het oké is. Ze wil duidelijk het beste voor Katalin en Bálint. Toch is er ook een stemmetje in mij dat zich afvraagt hoe bewust de gynaecologe zich is van de effecten van de oxytocine. Wat zou meer impact hebben op Bálint, lang vastzitten in het geboortekanaal of de invloed van oxytocine? Moeilijk te zeggen. Maar ik bedenk me dat hoe dan ook de bewuste aanwezigheid van Katalin en David bij dit proces Bálint het meeste helpen, welke afslag we ook nemen.

Yes you can

Ondertussen appt Sophie of de weeën al wat meer op gang zijn gekomen. Ik app terug van niet, dat we nu een beetje hulp krijgen van de oxytocine. ‘Laat haar even de profielfoto van deze groep zien 😊. Wil je zeggen dat ik aan haar denk en op afstand bij haar ben ❤️’ appt Sophie terug. Ik kijk naar onze groepsafbeelding. ‘YES YOU CAN,’  zegt die, en ik glimlach om Sophie.

Ergens anders

Ik loop naar Katalin toe, ‘ik moest je even dit laten zien’, zeg ik. Ik laat haar de foto zien en breng de boodschap van Sophie over. Maar ook dit komt niet écht binnen, Katalin lijkt ergens anders te zijn. Zou dat er gewoon bij horen, bij het bevallen? Of zou er een afweer* meelopen? Met deze vraag in mijn hoofd ga ik weer even naast Martha zitten.

* Een afweer is een overlevingsmechanisme dat we hebben ontwikkeld in onze eerste levensjaren en dat we als volwassene vaak onbewust blijven inzetten. Als kind hadden we dit nodig om te overleven, daarom zijn ze als het ware in ons brein geprogrammeerd. Daardoor blijft onze overleving of afweer actief als we eenmaal volwassen zijn. Alleen leidt dit dan juist tot problemen: we gaan uit contact met onszelf en gaan in de overleefstand in situaties waarin het niet nodig is – dat werkt vaak contraproductief en soms zelfs destructief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.